POGODA - zdania NL/PL

Wat een weertje! Ale pogoda! /Cóż za pogoda!

Als het maar  niet gaat regenen! Zeby tylko nie padalo! 

Pff wat warm! Pff ale goraco!

Ik ga in de schaduw zitten. Ide usiasc w cieniu.

Lekker windje! Przyjemny wiaterek! 
(UWAGA! Brzmi dwuznacznie!)

Morgen wordt het 35 graden! Jutro bedzie 35 stopni!

Wij gaan zwemmen. Idziemy poplywac.

Jullie gaan naar de zee. Wy jedziecie nad morze.

Ik hou van zonnen. Uwielbiam sie opalac.

Ik moet zonnebrandcrème kopen. Musze kupic krem do opalania. 

Vergeet je zonnebril niet mee te nemen! 

Nie zapomnij wziac okularow przeciwslonecznych!

Gaan jullie in juli op vakantie? Jedziecie w lipcu na wakacje?

Wij gaan maandag naar het strand. 

Jedziemy w poniedzialek na plaze.


Ik hoop, dat het zo blijft. Mam nadzieje, ze tak zostanie.

Reactie schrijven

Commentaren: 0